De redding van Manicuna

Ze loopt langs de vloedlijn van de Waddenzee, haren in de wind, ogen gericht op de horizon. Lekker uitwaaien en opfrissen; dat is waar Juanita van houdt. Zo loopt ze met ferme pas. Elke dag zo rond vijf uur. Als de zon zakt en zakt en de wereld op zijn mooist is. Soms vindt ze wat, soms vindt ze niets behalve de dingen in haar hoofd. Het maakt ook niet uit. Maar vandaag deed ze een vreemde ontdekking. In de verte zag ze al kleine stipjes op het strand.

Dichterbij gekomen ……………..

 

Waren het vissen, maar geen levende vissen.

Ze volgde het spoor van de vissen tot diep in de zee.

Het water was niet koud,en haar kleren bleven droog.

Juanita keek verbaasd, opeens kon zij onder water ademen,

Ze zag een kasteel. Daar stond in gegraveerd: Juanita

hier is het. Hier is het zeemeerminnenrijk: Manicuna.

Het leek wel een droom. Juanita schudde met haar hoofd en kneep in haar vel. Maar wat ze zag en voelde, was echt. Ze hoorde nu ook een zacht gezang. Het ruizen van de zee, ging over een lied; een lied van een verloren stad. Wier en andere planten bewogen in het ritme van het lied. Ze moet wel ongeveer tien minuten zo hebben gestaan. Alles in zich opnemend; de muziek, het gezang het kasteel en alles er omheen. Het spoor van de vissen kwam van achter het kasteel. Het was het enige beangstigende aan dit hele schouwspel. Waarom waren de vissen dood, als alles hier zo mooi is…..

Ze zwom naar het kasteel, in het kasteel stonk het,

Maar Juanita trok zich er niets van aan

Dus daarom waren de vissen dood. Toen rook het naar rozen.

Ze zag een lange groene staart. Het was een zeemeermin;

Het was hun koningin.

Ze zei: ,,Dus jij bent Juanita, wat kwam jij doen?’’

,,Niks! Ik volgde dode vissen sporen.’’

,,Ga daar maar zitten’’,zei de koningin en wees naar een stoel.

Juanita ging zitten.

Maar wacht eens…………..De stoel bewoog. Was het wel een stoel? De bekleding was zacht en .. levendig. Blijkbaar zat ze op een steen begroeid met zeewier. Maar het zat wel lekker. De planten vormde zich naar haar lichaam. De zeemeermin keek toe. ,,Zit je lekker?’’ vroeg ze. Juanita zei dat ze nog nooit in zo’n fijne stoel had gezeten. 

Toen trok de zeemeermin een zorgelijk gezicht. ,,Juanita’’, zei ze plechtig, ,,we hebben je verwacht. We hebben je hulp nodig. We leven hier al jarenlang in rust en vrede. We zien je elke dag langs de vloedlijn lopen, net zo tevreden met wat je hebt, als wij. Maar er zijn veranderingen op komst. De hebzucht van de mensen is overgeslagen naar het leven in de zee. Op aarde is al geen plekje meer dat onberoerd blijft en iedereen wil meer. Met de illusie dat het beter is of beter voelt. En nu begint het hier ook al, weet je. Het knagen aan dit mooi kasteel en de natuurlijke tuin is begonnen. …..’’ 

,,Juanita, ík kan niet op zoek gaan; ík moet in mijn zeemeerminnenrijk Manicuna blijven. Maar jij die oog hebt voor alles, misschien kun jij uitzoeken wie hier de schuldigen van zijn.’’

 

 

 

 

MANICUNA BROKKELT AF

 

 

De Koningin raadde: ,,Aan de andere kant van de waddenzee, daar waar ze over gaat in de Noordzee, leven de haaien, misschien doen zij het?’’

,,Nee! Zij doen dat niet.’’ zei Juanita zachtjes. ,,Maar ik ga uitzoeken wie het wel doet.’’ Na een kilometer zwemmen vond ze het kasteel van de haaien.

Ze zeiden meteen weg wezen! Maar Juanita ging niet weg.

Ze bleef staan en vroeg: ,,Eten jullie hout en zeewier?’’

,,Nee!’’

,,Okee.’’ zei Juanita’. ,,Kunnen jullie me dan helpen?’’

En ze begon te vertellen het hele verhaal.

De haaien wilden wel meehelpen en vertrokken meteen.

Zo maakte Juanita vrienden met de haaien. De oudste haai nam haar op zijn rug. Ze zwommen eerst langs de kust heen en weer

en zo steeds verder van de kustlijn de zee in.

 

 

 

 

JUANITA EN DE OUDE HAAI

 

 

Ergens moet toch het antwoord te vinden zijn. Ze troffen grote uitgegroeide planten aan, met zijtakken als grijparmen. Maar hoe inhalig ze er ook uitzagen, dit waren niet de boosdoeners. Ook de planten waren dood. Dieper in zee werd deze niet helderder, maar juist troebel. Ze waren nu weer in de buurt van het kasteel van de zeemeermin. Inmiddels was dit door mist omgeven. Waar moesten ze het kwaad zoeken? Verder de zee in??? Naar de bodemgrotten van Azbakan? Juanita had er alleen in verhalen over gehoord. De oude haai zei dat ze echt bestonden. Sinds er in de zee naar gas werd geboord werden ze ook bewoond, door omgekomen gasdrillers..

 

Ze kwamen bij de Azbakannen aan. Toen gingen ze splitsen.

Ieder ging een Azkaban in, de oude haai en Juanita bleven wachten.

Elke haai zag een gasdriller. Ze vroegen: ,,Eten jullie hout en zeewier?’’

,,Ja!!!!’’ riepen de gasdrillers. ,,Willen jullie het kasteel van de zeemeerminnen kapot maken?’’

,,Ja!!!!! En nou moeten jullie weg wezen!!!!’’ Maar de haaien knarsetanden. En de gasdriller kropen geschrokken diep de Azbakannen in. De vrouwtjes haaien, de gemeenste,  hielden voor de ingang de wacht zodat ze er ook niet meer uitkonden.

 

De andere haaien en Juanita zwommen terug naar het kasteel van de zeemeerminnen. Al voordat het uit de mist opdoemde riepen ze het uit: Het raadsel is opgelost!!  Maar in het kasteel was de zeemeerminnenkoningin niet te bekennen. Een gaswacht had haar meegenomen naar één van de Azbakannen,

Maar hij had niet geweten dat ze de koningin was.

 

De zeemeerminnen lagen ontroostbaar in de wilde tuin. Tussen afgestorven planten en uitgehongerde en stervende zeediertjes lagen ze te jammeren. Het spoor van de dode vissen was al veranderd in een gratenbak. Nooit meer zou het zijn als vroeger. Zelfs als de afbraak ophield, dan nog hadden ze de koningin niet terug. Juanita en de haaien stonden er verslagen  naar te kijken.

 

De koningin lag ondertussen in een hoopje zeewier diep in de verste Azbakan. De gaswacht had niet genoeg gehad aan de verovering van het kasteel alleen, nee hij wilde ook de vrouwen beheersen. Hij wilde dat hij net als op het vaste land door een vrouw werd verzorgd. De koningin moest een plan bedenken. Een plan om terug te keren naar haar eigen kasteel en volk, maar ook een plan om de gaswacht te laten begrijpen dat het zo niet werkt. Dat je zo niet met anderen samen op een grote zeebodem kunt leven; en dat je ook nooit gelukkig zal worden als je alles voor je zelf houdt. Ze kauwde op wat zeekoraal en dacht na…………..

 

Juanita en de haaien konden wel raden waar ze was. Ze zwommen er naar toe. Juanita ging de Azbakan in waar de koningin zat. Toen de koningin Juanita zag had ze een idee. Juanita sprak de taal van de gasdrillers. Zij moest hen laten kiezen door ze dit te vertellen:

Als ze wilden konden ze terug naar hun eigen vrouwen op het vaste land. De haaien zouden ze wel daarheen brengen. Als ze op de zeebodem wilden blijven, moesten ze beloven in vrede met de anderen zeedieren en zeebewoners samen te leven. Anders zou al het moois vergaan. Toen de gasdriller moest kiezen, bedacht hij zich. Terug naar de hem bekende wereld, was ook niet alles. Daar was jaloezie, en geweld en oorlog en de natuur verdween door steeds meer wegen en huizen. Op de zeebodem was het lekker rustig. Hier kon hij vrij leven. Hij koos dus toch maar voor het laatste. En dit vertelde hij ook aan Juanita.

Juanita was zo blij met dit antwoord. Voor de zeemeerminnen, maar ook omdat de zeebodem, Manicuna en de mooie tuin nu zouden blijven bestaan. Ze werd plotseling  verliefd op de gaswacht en ze besloot ook te blijven. Op uitnodiging van de koningin leefden ze nog lang en gelukkig in Manicuna.

 

Nu loopt Juanita niet meer iedere dag langs de vloedlijn. Ze zwemt wel altijd even een stukje langs de kust. Het hoofd eventjes boven water, haar haren in de wind en haar neus in de gelukkig nog altijd frisse wind. Ze groet dan de mensen die er het beste van proberen te maken. En met een diepe zucht is ze weer terug in Manicuna.

 

 

                                                       

 

 

 

Geschreven door Bjork Johannes en haar moeder

Op de leeftijd van 9 jaar