Productieverhoging bij ‘Teelt de Grond uit’ wekt interesse telers.

Efficiënt gebruik maken van meststoffen en emissie-arm telen heeft de toekomst.  Een nieuwe weg is  ingeslagen door onderzoekers en innovatieve bedrijven om via  teeltwijzen  uit de grond de buitenteelt naareen hoger plan te brengen. Verder nog dan teelt in de grond. De rendabiliteit hangt af van veel  factoren. Naar verwachting zijn productieverhoging en de mogelijkheid tot mechanisering en automatisering van bijvoorbeeld de oogst de belangrijkste.

 

Teelt op water is een belangrijk onderdeel van het onderzoeksproejct ´Teelt de Grond uit´ . Op proeftuin Zwaagdijk houdt Matthijs Blind zich sinds 2007 bezig met ondermeer diverse soorten sla, andijvie, broccoli, bloemkool, Chinese kool, knolselderij, selderij en peterselie op water. Buiten zijn bakken in de grond ingegraven en zijn voorzieningen aangelegd voor bemesting en beluchting. Hierin circuleert het voedingswater. Op proefbedrijf Vredepeel is  Jos Wilms vorig jaar gestart met prei. Dit jaar wordt ook ervaring op gedaan met aardbei. De prei wordt geteeld op tafels en de aardbeien in goten op stellingen.

 

Zwaagdijk

Op  proeftuin Zwaagdijk zijn  Blind en telers in de begeledingscommissies enthousiast. ,,Op water is een nieuwe slag in stuurbaarheid te maken, waar voorlopers klaar voor zijn’’, aldus de onderzoeker. Praktijkvoorbeelden zijn er niet alleen in binnen- en buitenland met andere gewassen, maar ook met dezelfde gewassen in bedekte én onbedekte teelt. Zo is Blind begonnen met een gotensysteem naar Belgisch voorbeeld. Een Spaans voorbeeld met flexibele slurven viel al in de orientatiefase af. In het tweede jaar is behalve naar goten ook gekeken naar grote bakken water met daarop in drijvers geplaatste planten. Met dit systeem is verder gegaan. Eenmaal in de drijver geplaatst, ontwikkelen de planten hun wortelstelsel vrijwel uitsluitend in de voedingsoplossing. Een speerpunt in het onderzoek is de optimalisatie van de weggroei. Daarbij wordt o.a. gekeken naar de rol van opkweekmedia (een deel is opgekweekt in met kokos gevulde jiffypotten) en zuurstof.

Een aandachtspunt is ook de verbetering van de groeiomstandigheden voor een kwalitatief goede eindproductie. Beluchting van het water is volgens Blind een pre. Pompen in de waterbak zorgen voor circulatie en zuigen via een venturisyteem lucht aan. ,,Slaplanten groeien er sneller op weg en worden zwaarder’’, aldus Blind. Naast het zuurstofgehalte worden  worden uiteraard de EC en pH gemeten en de watertemperatuur. Omdat het om grote volumina gaat – de waterdiepte varieert globaal tussen de 20 en 30 cm – verandert de watertemperatuur slechts geleidelijk en is dus vrij stabiel.

 

Vredepeel

Bij proefbedrijf Vredepeel worden in de vollegrond opgekweekte preiplanten overgezet in PVC buisjes die in styroporplaten worden gezet. Deze drijven op met watergevulde tafels. De wortels hangen in het water. De lengte van het PVC buisje is van belang omdat het aantal cm wit van de schacht de kwalieit van de prei bepaalt. De dikte is van belang omdat de prei wel oogstbaar moet blijven. Jos Wilms: ,,We gaan nu naar buisjes van 20 cm lengte om meer dan 14 cm wit te krijgen. We oogsten net voordat  de prei vastgroeit in de buis. De teelt is uniform dus dit moet lukken.’’ Op Vredepeel stroomt het water onderdoor aan de ene kant de bak in en aan de andere kant eruit. Beluchting vindt dus op natuurlijk wijze plaats. Er vindt geen ontsmetting plaats, ziekten zijn niet opgetreden, De EC wordt een paar keer per week gemeten en op 2,5 gehouden. Op dit moment wordt vooral naar het teeltsysteem gekeken en de productie die ervan kan worden gehaald. Het probleem van het opkweekmedium is vooruitgeschoven. Dit jaar staat er voor de eerste keer een planting aardbeien in watercultuur. In gangbare stellingen is op de goten een hardplastic afdekplaat geplaatst met plantgaten. Op één stelling staan de gangbare veenbalen. Omdat turfwinning ook niet oneindig is, wordt nu naar water gekeken. Risico is echter het optreden van phytopthora. In het onderzoek wordt geprobeerd of de ingebrachte phytopthora met een biologisch zandfilter onder controle is te houden.

 

Rendement berekenen

Blind legt opbrengstcijfers voor aan de begeleidingscommissie, waarna conclusies worden getrokken. Een echte rendementberekening is lastig, omdat het syteem nog niet is uitontwikkeld. De onderzoeker gaat er vanuit dat de technische optimalisatie van de teeltsystemen uiteindelijk door het bedrijfsleven  wordt uitgevoerd. Tempex zal op termijn wel worden vervangen door een duurzamer materiaal, redeneert hij en voor het oogsten en afvoeren van restproduct moeten ook nog oplossingen worden bedacht. Hij filosofeert over biovergisting van wortels waarmee het water kan worden verwarmd en eerder in het seizoen kan worden gestart. Wilms zegt wel te gaan rekenen. Wilms: ,,De telers waren eerst sceptisch, maar nu toch wel geïnteresseerd. Er staan namelijk tot 100 planten per m2 tegenover 15 tot 20 in de praktijk en dit jaar gaan we naar vier teeltrondes. Een productie van 70 tot 80 ton per teelt is haalbaar.’’

Het project gaat  niet voorbij aan de acceptatie van de burgers. Een schoon product zonder residu, duurzaam geteeld, maar afkomstig uit waterbakken. Blind: ,,Daar moeten burger en consument wellicht aan wennen. Maar bij tomaten en tulpen is het al lang niet anders. Bovendien kan de landbouwgrond die hierdoor vrijkomt worden benut voor natuurontwikkeling.

*Kader: Proeven in Zwaagdijk en op Vredepeel met slasoorten, andijvie, bloemkool, selderij, prei en aardbeien zijn onderdeel van het project ´Teelt de Grond uit´. Doel is de ontwikkeling van een rendabel teeltsysteem dat voldoet aan de Europese regelgeving voor waterkwaliteit.  Gestreefd wordt naar minimale emissie van meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen. Zonder dat dit ten koste gaat van economisch rendement. Looptijd 2009 tot 2013. De financiers zijn het Productschap voor Tuinbouwgewassen en Ministerie van LNV. ´Teelt de Grond´ uit omvat ook systemen met fertigatie, ruggenteelt, beddenteelt, gotenteelt, stellingenteelt. Nieuwe systemen dragen tevens bij aan betere arbeidsomstandigheden, hoogwaaardiger arbeid, minder residu op het product, klimaatrobuuster teeltsysteem, efficiënter ruimtegebruik.